Vannacht : “klop, klop”. Ik schrok wakker. Het was aardedonker. Maar daar was O met een zaklamp. Het weerlichtte aan één stuk door. En natuurlijk, de stroom was uitgevallen. Nu hadden we net het vriesvak gevuld met ijsjes, veel ijsjes. Dus er moest gegeten worden. Ik ben gek op ijs, maar tegen de verdrukking in eten om maar niets weg te hoeven gooien, dan is het niet meer zo lekker. Op gegeven moment werd ik er zelfs een beetje misselijk van. Na een poosje gingen we allemaal toch proberen nog wat te slapen. En nu is het weer zonnig. Dertig graden. Het heeft wel wat geregend, maar nauwelijks de moeite waard.
Toen ik vanmiddag Rey uit liet, zag ik de gekozen conseil municipal, onze overbuurvrouw, iets in de brievenbus doen. Een uitnodiging voor de Plantation du mai en het afscheid van de ancienne secrétaire de Mairie. Natuurlijk maakten we even een praatje. Zij vertelde dat iets verderop een kortsluiting geweest was met zelfs een korte brand. De oorzaak van de stroomstoring. Zij vond het maar eng, die droogte.
Rey werd geknuffeld. De buurvrouw wees naar een boerderij in de verte. Daar hebben ze ook een teckeltje van drie maanden. Een reutje. De eigenaar wil met hem op everzwijnenjacht gaan. En ook wil hij hem leren truffels op te sporen. Alleen is de pup nu zelfs nog bang voor slakken.

Reacties